Woonmilieubenadering

woonmilieubenadering KAW woonmilieubenadering KAW
2008 Woonmilieubenadering partner KAW / directeur Marcel Tankink
Hoe wordt wonen thuis zijn? Organisaties die woningen ontwerpen, ontwikkelen, verkopen of verhuren moeten weten wat hun klanten willen. Kennis van woonwensen brengt meer kwaliteit in buurten en meer succes in verkoop en verhuur. Woonwensen worden uiteraard bepaald door levensfase, inkomen en huishoudenssamenstelling.

vorm geven aan wooncultuur

Maar er is meer. Leefwijze, leefstijl of wooncultuur spelen een steeds belangrijker rol in de woningmarkt. Waaraan moet de woning en de woonomgeving voldoen om aantrekkelijk te zijn voor bewoners met een bepaalde wooncultuur? Kan dat worden ontworpen en zo ja, hoe? En hoe kunnen ontwerpers, opdrachtgevers en bewoners daarover met elkaar in gesprek? Steeds meer opdrachtgevers hebben daarom behoefte aan een ontwerpbenadering die meer recht doet aan de individuele wooncultuur van hun klanten. KAW is op zoek gegaan naar die benadering.

op zoek naar nieuwe criteria

Wie een nieuw huis zoekt formuleert natuurlijk allereerst financiële en functionele voorwaarden: is er voldoende leefruimte en bergruimte; past de huur of koopprijs bij het inkomen; hoe is de afstand tot het werk.

Wat we echter willen weten is welke woning en welke omgeving de woon- consument uiteindelijk kiest wanneer er meerdere woningen zijn waarvan de functionele en financiële kanten passen bij diens behoeften. Welke aspecten geven dan de doorslag in het keuzeproces van de klant? Wat maakt dat de klant zich in die ene woning en woonomgeving meer thuis voelt dan in de andere?

wonen met gelijkgestemden

Er is naast de financiële en functionele kant een derde factor die de woonvoorkeur bepaalt: de zogenaamde ‘culturele dimensie’ van het wonen: hoe meer jouw wooncultuur overeenkomt met die van je buurtgenoten, des te meer voel je je ergens thuis. ‘Hoe leeft men hier, en wat zegt dat over mij als ik hier ga wonen?’. Binnen een wooncultuur gelden gedeelde opvattingen over netheid, fatsoen en sociaal contact. Er heerst gelijkgestemdheid over wat bewoners over hun eigen identiteit willen uitdrukken, en hoe zij met elkaar en met hun buurt willen omgaan.

Dat wil niet zeggen dat deze bewoners noodzakelijk tot eenzelfde leeftijdsgroep of inkomensklasse behoren. De opvattingen over omgang met buren en buurt kunnen daar dwars doorheen lopen.

ruimtelijke vertaling

Het begrip leefstijl is tot nu toe vooral gebruikt om doelgroepen te definiëren, een definitie van de vraagzijde dus. KAW heeft juist vanuit de aanbodkant naar de mogelijkheden van het vraagstuk gekeken. Wij zochten een manier waarop ontwerp dienstbaar gemaakt kan worden aan de behoefte aan gelijkgestemdheid in de woonomgeving. Dit heeft geresulteerd in een model van vier woonmilieus of woonsferen, waarin de wijze waarop men omgaat met de woonomgeving, de woning of elkaar eenduidig gefaciliteerd wordt in het ontwerp. Een behoefte die in onze optiek dus los staat van leeftijd, economische of sociale klasse, gezinssamenstelling of etnische achtergrond.

geen truc maar methodiek

De woonmilieubenadering is geen vaste set van toe te passen regels, geen ontwerpprotocol. Het is een methodiek met als uitgangspunt de gewenste relatie tussen de buurtbewoner en zijn buurtgenoten en de gewenste relatie tussen de woning en zijn omgeving. Resulterend in een ontwerpproces hoe dit in de vormgeving van wijk en woning maximaal tot zijn recht kan komen.

Het is een benadering die zijn vertaling kent op de verschillende schaalniveaus van ontwerp: van stedenbouwkundige structuur tot woningplattegrond. Binnen deze benadering blijft alle ruimte vrij om de architectuur aan te passen aan smaak en behoefte van dat moment, al dan niet in samenspraak met de consument zelf.

schakel tussen disciplines

De benadering biedt ons meerdere voordelen: zij draagt bij aan differentiatie en keuzevrijheid, zij vergroot leefbaarheid, zij maakt stedenbouw en architectuur bespreekbaar voor niet-vakgenoten, en slecht de grenzen tussen deze disciplines.

sociale huur

De benadering segmenteert niet naar inkomen, huishouden, leeftijd of etniciteit. Dat maakt het mogelijk om voor de primaire doelgroep toch tot zeer variabele woonmilieus te komen. Bovendien rekent deze benadering impliciet af met de ongeschreven regel dat mensen zich moeten hechten in buurten. De praktijk is dat een aanzienlijke groep bewoners zijn contacten elders zoekt en zich liever niet inlaat met zijn buurt maar - door het fysieke ontwerp ervan - daartoe wordt gedwongen, met alle fricties van dien.

Er wordt te weinig nagedacht over de wijze waarop bewoners met een lage of juist zeer hoge behoefte aan sociale interactie zodanig gehuisvest kunnen worden dat in deze behoefte kan worden voorzien, zonder dat er spanningen met buurtgenoten ontstaan. De benadering is goed bruikbaar bij herstructurering. Niet alleen als ontwerp-methodiek maar ook in de discussie met bewoners. De benadering is namelijk niet gebaseerd op hoe mensen moeten wonen, maar hoe mensen willen wonen en wat dat betekent voor de openbare ruimte en de woningen.

zelfselecterend vermogen

Hoe meer een wooncultuur zich binnen een woonmilieu manifesteert, hoe groter de kans dat er zich de mensen vestigen die deze wooncultuur ook zoeken. Een woonmilieu met een duidelijk waarneembare wooncultuur is dus in zekere zin zelfselecterend, trekt zelf de ‘juiste’ bewoners aan.

Eenheid in wooncultuur vermindert leefstijlconflicten tussen bewoners en draagt daarmee bij aan de leefbaarheid. Jong, oud, autochtoon, allochtoon, arm en rijk kunnen zich tot dezelfde wooncultuur voelen aangetrokken. Gelijkgestemdheid leidt daarmee niet tot sociaal-economische eenzijdigheid, integendeel.
KAW architecten en adviseurs, Groningen, Rotterdam, Eindhoven en Barcelona
laatst gewijzigd: 25-04-2012 | privacy