Blog #46 Zorgeloos mantelzorgen, in Groningen kan het!

Mantelzorgwoningen ontwikkelen zonder juridische rompslomp

Woningcorporatie Lefier biedt vanaf 15 april 2014 in de stad Groningen woningen aan voor mantelzorgers en -ontvangers die aangewezen zijn op een sociale huurwoning. KAW adviseur Irma van Beek organiseert in opdracht van Lefier de verhuur voor dit project. Doordat het concept zo nieuw is, loopt de woningcorporatie tegen uiteenlopende nieuwe uitdagingen en vraagstukken aan. Hoe moet je bijvoorbeeld omgaan met:

  • het risico op korting van uitkering
  • een inkomen boven de sociale huur grens
  • de verhuur na vertrek van de mantelzorgontvanger of mantelzorger
  • het bepalen van de toewijzing
  • het opstellen van een kloppend huurcontract
  • het vinden van de doelgroep?

Uit de ervaring met de mantelzorgwoningen van Lefier kunnen we belangrijke lessen leren, die ervoor kunnen zorgen dat naast elkaar wonende mantelzorgers in de toekomst minder risico lopen op het krijgen van juridische en financiële problemen. Hieronder 4 praktische tips:

1. Korten op uitkering voorkomen

Het uitgangspunt bij deze mantelzorgwoningen is altijd geweest dat de bewoners zelfstandig én financieel onafhankelijk van  elkaar de aan elkaar grenzende mantelzorgwoning huren. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze een eigen huurcontract, huisnummer en voordeur hebben. Dit minimaliseert de kans dat de bewoners gekort worden of andere problemen krijgen met hun uitkeringen, zoals de bijstand, de AOW, De WAO, Wahjong. De gemeente Groningen heeft hierin vanaf de start actief meegedacht. Mede daardoor lopen de bewoners met de huidige regelingen amper risico.

2. Inkomensgrens loslaten

De woningen vallen allemaal binnen de sociale huur, waarbij Lefier de inkomensgrens voor huurders heeft losgelaten. Dit betekent ook dat een huurder van een mantelzorgcombinatie met een hoger inkomen gewoon kan huren.

3. Huurovereenkomst afhankelijk maken

Een belangrijk aspect bij het aangaan van de huurovereenkomst is de bepaling dat de huurovereenkomst wordt beëindigd als een van de huurders van de mantelzorgcombinatie de huur opzegt. Dan zal ook de overgebleven bewoner uit de combinatie moeten vertrekken. Lefier zoekt  samen met deze huurder binnen 3 maanden voor een passende huurwoning.

4. De doelgroep vinden

Voor mantelzorgcombinaties die afhankelijk zijn van sociale huurwoningen is er in het verleden amper tot  geen aanbod geweest. Potentiële huurders vinden is een avontuur, want de doelgroep is niet gewend dat er voor hen een aanbod is. Naast de reguliere communicatiestromen van de woningbouwcorporatie zoals flyers, posters, artikelen in lokale krant, op de site en nieuwsbrieven moeten er nieuwe communicatiekanalen worden gevonden.  Via sociale teams, mantelzorgorganisaties, ouderverenigingen, bewindvoerders en bijvoorbeeld de ouderenorganisaties wordt een deel van de doelgroep bereikt. Verder is vaak vertellen en het herhalen van het aanbod in combinatie met open dagen op de bouw zinvol. Persoonlijke aandacht, meerdere gesprekken en goed bereikbaar zijn voor de veelheid aan vragen is van essentieel belang als er eenmaal interesse is om te gaan huren. Het is een grote stap voor zowel de mantelzorger als de mantelzorgontvanger om in deze woonvorm samen de toekomst in te gaan.

Het Groningse voorbeeld: zorgeloos mantelzorgen

De 22 mantelzorgwoningen aan de Curaçaostraat in Groningen bestaan uit een combinatie van twee appartementen die bestemd zijn voor mantelzorgers en mantelzorgontvangers. Een ‘combinatiewoning’ bevat een kleine woning van 86 m2 met één slaapkamer en een grote woning met een oppervlakte van 109 m2 met twee slaapkamers. De woningen zijn verbonden met een tussendeur. De huurders van de nieuwe mantelzorgwoningen zijn een bijzondere mengelmoes aan mantelzorgcombinaties. Er komen bijvoorbeeld 2 broers, een moeder en dochter, 2 dochters met moeder en een zoon met zijn ouders te wonen. Voor hen is het een geweldige oplossing om mantelzorg op hun manier te kunnen verlenen. En daar moeten we tenslotte naar toe in onze nieuwe participatiemaatschappij.