Nieuwbouw is pas een optie als behoud niet kan. Laura Klaassen, programmaleider duurzaamheid bij KAW, gaat in gesprek met Heini Wanders. Als architect en kennisleider CO₂-neutraal bouwen rekent hij al vroeg in het ontwerp aan materiaalgebonden uitstoot - en aan wat je bespaart door te laten staan wat er al is. Zijn vertrekpunt? De minste CO₂-uitstoot zit in het gebouw dat je niet sloopt.
Heini, je bent architect bij KAW en houdt je bezig met CO₂-neutraal bouwen, een van onze vier duurzaamheidspijlers. Ik heb het eerder in het interview met Danny gehad over energieneutraal wonen, maar vandaag zitten we hier specifiek voor die andere grote pijler. Voor wie de nuances niet scherp heeft: waar trekt de ene pijler de grens en begint de andere?
In de tijd volgen ze elkaar op, maar voor ons als ontwerpers zijn het parallelle vraagstukken. CO₂-neutraal bouwen gaat over de eenmalige uitstoot tijdens de realisatie: de productie van materialen, de herkomst ervan, het transport naar fabrieken en vervolgens naar de bouwplaats, en de inzet van machines tijdens de bouw. Energieneutraal wonen begint pas als de bewoners intrekken, dat gaat over het energieverbruik in de gebruiksfase. In elke ontwerpfase liggen al keuzes die op beide pijlers CO₂ besparen. Daar ligt ook onze rol.
Nu moeten we bij elk project al verplicht rekenen met de MPG (Milieuprestatie Gebouwen). Dat klinkt als een allesomvattend instrument, maar in de wandelgangen horen we vaak dat dit de werkelijkheid niet helemaal dekt. Wat berekent MPG nu eigenlijk écht?
De MPG is een abstracte rekenmethode. Het berekent milieu- en gezondheidsaspecten van materialen en rekent die om naar maatschappelijke schaduwkosten, uitgedrukt in euro’s. Het is een score waar je naartoe kunt schrijven om een vinkje te halen voor de vergunning, maar het stuurt je niet direct naar de materialen met de laagste CO₂-uitstoot. CO₂ zit er indirect in, maar het meet er niet zuiver op. Terwijl dit het meest concrete middel is waar we nu invloed op kunnen uitoefenen. De bouwsector in Nederland is verantwoordelijk voor bijna veertig procent van de totale uitstoot. Daarom verandert rond 2028 de wetgeving naar Whole Life Carbon (WLC): materiaaluitstoot en operationeel verbruik worden dan eerlijk samengevoegd, en CO₂-opslag van natuurlijke materialen telt eindelijk mee.
Betaalbare koopwoningen na renovatie in Mosveen
De renovatie van 224 naoorlogse portiekwoningen in Den Haag Zuidwest kan met substantieel veel minder uitstoot van CO₂ worden gerealiseerd dan de meest duurzame nieuwbouw. Wij dragen hiermee ook bij aan een lage energievraag zonder fossiele brandstoffen. Bovenal zorgen we ervoor dat met de bestaande woningvoorraad stedelijk wonen betaalbaar wordt voor starters en middeninkomens.

Wij wachten die wetgeving niet af en rekenen nu al in vroege ontwerpfases met CO₂-budgetten. Hoe landt die aanpak in de praktijk, zeker als een opdrachtgever of woningcorporatie in eerste instantie vooral vraagt om een traditioneel gebouw binnen een strak budget?
Als een corporatie die ambitie zelf nog niet heeft, brengen wij de motivatie mee. We leggen onze CO₂-berekeningen zo vroeg mogelijk op tafel, nog vóór er een lijn op papier staat, en zoeken altijd naar de ruimte die er wél is. Dat doen we door een traditioneel betonnen casco direct te spiegelen aan een variant in hout of lichter materiaal. Aan de hand van de Paris Proof-standaard laten we vervolgens zien wat de werkelijke impact is, zowel in CO₂-uitstoot als in de totale belasting op de aarde. Dat er in de praktijk altijd íets haalbaar is, bleek onlangs toen we samen met de ontwerpers, de aannemer, installateur en opdrachtgever in een vroeg stadium een alternatieve vloeroplossing - een kanaalplaatvloer met droge druklaag in plaats van breedplaatvloer - doorrekenden. Door puur naar de materialisatie van die vloeren te kijken, brachten we de uitstoot aanzienlijk omlaag. En dat zonder dat het een euro extra kostte.
Als we kijken naar onze methode om die uitstoot omlaag te brengen, hebben we binnen KAW een duidelijk stappenplan ontwikkeld. De allereerste stap daarin is misschien wel de meest confronterende voor een architect: hergebruik wat er al staat. Waarom is dat ons vaste vertrekpunt?
De minste uitstoot bereik je door geen nieuwe materialen te produceren en aan te voeren. Zo simpel is het. Bij elke nieuwe opgave stellen we daarom de vraag: moet dit eigenlijk wel gesloopt worden? Of kunnen we de bestaande constructie, of anders alleen de fundering, behouden en inzetten op renovatie? Waarom moeten we bewijzen dat behouden beter is dan nieuwbouw? Het zou andersom moeten: maak nieuwbouw bewijsplichtig. Pas als hergebruik technisch of sociaal echt niet kan, kijken we naar de volgende stap, en dat is zoveel mogelijk biobased bouwen.
We vragen ons af waarom we moeten bewijzen dat behouden beter is dan nieuwbouw. Het zou andersom moeten: maak nieuwbouw bewijsplichtig.Heini Wanders
Architect

We willen biobased bouwen juist toepasbaar maken in de reguliere woningbouw en de sociale huursector. Welke materialen zijn daar nu al direct bruikbaar?
Alles wat groeit is in de basis een biobased bouwmateriaal. De natuur geeft deze materialen gratis eigenschappen mee: zo slaan ze koolstof op in plaats van het uit te stoten. Hout is de bekendste, maar denk ook aan isolatie van hennep, vlas, houtvezels of hergebruikte spijkerbroeken - wat ooit ook gewoon een katoenplant was. Mijn persoonlijke favoriet is echter bermgras. Dit restproduct uit het groenbeheer is inmiddels gecertificeerd als isolatiemateriaal, kost nagenoeg niets en slaat CO₂ op in de gevel.
Je hoort in de markt ook veel over circulariteit. Dat lijkt soms een synoniem voor biobased, maar er zit een wezenlijk verschil in de benadering. Hoe trek jij die grens?
Circulariteit is het nieuwe containerbegrip voor duurzaamheid. Technisch klopt het idee: bij volledig demontabel bouwen kun je balken van staal of hout na honderd jaar gewoon hergebruiken. Maar de economie is daar niet op ingericht. De restwaarde van die materialen wordt nergens meegenomen en financieringsmodellen die dat veranderen zijn op één hand te tellen. Voor nu geloof ik sterker in directe CO₂-focus: bouw met materialen die CO₂ opslaan en hernieuwbaar zijn. Pas daarna kijken we naar technische recycling en aanpasbaarheid voor de lange termijn.
KAW50: Tijdelijke leegstand benutten met biobased renovatie
Nieuwe woningen zijn hard nodig, maar een deel van de oplossing van de wooncrisis ligt in de bestaande stad. Daar staan de woningen die met de juiste ingrepen opnieuw grote waarde krijgen. Ook tijdelijke leegstand benutten loont. Daarom investeren we in de Vinkenstraat in Groningen samen met Nijestee en Dura Vermeer in de biobased renovatie van een naoorlogse portieketagewoning. Een straat met geschiedenis: dit was een van KAW’s eerste wijkvernieuwingsprojecten uit de jaren tachtig.

Als we dit vertalen naar de bedrijfsvoering van een woningcorporatie, verandert er nogal wat. Duurzaamheid werd lang gezien als een extra kostenpost, iets wat 'moest' van de overheid. Hoe verandert CO₂-sturing de businesscase van een corporatie op de lange termijn?
Het dwingt corporaties om met een bredere blik naar hun bezit te kijken. Een volledig biobased gebouw is nu nog zo’n tien procent duurder omdat de keten er nog niet volledig op is ingericht. Mede door materialen slim te combineren en minder milieubelastende producten te kiezen, zet je binnen reguliere budgetten al flinke stappen. En wie rekent met een levenscyclus van ruim zestig jaar verdient die meerkosten terug. Nu sturen corporaties vaak nog op stichtingskosten. Met de komende WLC-wetgeving met verplichte rekenmethodes, wordt een milieubelastend gebouw een financieel risico. Vastgoed dat nu niet toekomstbestendig wordt gebouwd of gerenoveerd, vraagt over tien of vijftien jaar alsnog om dure ingrepen. Daarbij is CO₂-arm vastgoed ook waardevaster: het voldoet makkelijker aan strengere wetgeving en bewoners gaan duurzamere gebouwen steeds vaker verkiezen, ook omdat de gezondheidsvoordelen concreter worden en beter bekend raken. Corporaties die Paris Proof en biobased bouwen, komen nu al in aanmerking voor gunstigere groenfinancieringen. Daarmee is CO₂-neutraal bouwen dus risicobeheersing. Je investeert aan de voorkant om te voorkomen dat je straks achterloopt.
Vastgoed dat nu niet toekomstbestendig wordt gebouwd of gerenoveerd, vraagt over tien of vijftien jaar alsnog om dure ingrepen.Heini Wanders
Architect
En als we dan naar de bewoners kijken, voor wie corporaties het uiteindelijk doen. Wat merkt een huurder er concreet van als zijn of haar woning biobased en CO₂-arm is gebouwd?
Aan de buitenkant hoef je het er niet aan af te zien, maar je merkt het zodra je binnenstapt. Traditionele materialen zoals beton en dampdichte folies sluiten een woning luchtdicht af, waardoor de woning volledig afhankelijk is van mechanische ventilatie. Natuurlijke materialen zoals hout, hennep of vlas zijn dampopen. Ze reguleren de luchtvochtigheid op een natuurlijke manier, wat schimmelvorming voorkomt en zorgt voor een stabieler, gezonder binnenklimaat. Bewoners ervaren die goede vochthuishouding ook echt. Maar het vraagt wel iets van ze: je kunt niet zomaar standaard latex over een dampopen wand verven, want dan werkt het principe niet meer. Dat is kennis die je bij oplevering moet meegeven. Voor nu is een volledig dampopen schil dan ook nog niet voor elk woningbouwproject geschikt. We moeten samen met corporaties leren hoe we deze nieuwe standaard in de vingers krijgen.
Soms voelt het nog als pionieren, zeker omdat we met KAW vooruitlopen op de WLC-wetgeving. Welke verschuiving zie je die jou het vertrouwen geeft dat dit de nieuwe standaard wordt?
De praktijk verandert sneller dan de wetgeving aankan. Grote institutionele beleggers en pensioenfondsen eisen al harde duurzaamheidscriteria; bij de grootste fondsen is ruim de helft van de portefeuilles al groen gelabeld. De marktvraag groeit, waardoor de productievolumes van biobased materialen stijgen, er schaalvoordelen ontstaan en de prijzen dalen. We zitten in de overgangsfase. Het is aan ons om te laten zien dat CO₂-neutraal ontwerpen en dus bouwen niet ingewikkeld hoeven te zijn. De bouwstenen liggen er al, we moeten ze alleen consequent gaan toepassen.
CO₂-neutraal bouwen
Wij werken aan gebouwen die tijdens hun hele levensduur geen netto CO₂ uitstoten. Dat vraagt om een samenhangende aanpak: energie besparen, zelf opwekken, slim materiaalgebruik en toekomstbestendig ontwerpen. We kijken niet alleen naar het gebouw, maar naar het hele systeem waar het onderdeel van is. Bekijk hoe deze uitgangspunten zijn toegepast.
Wil je meer weten? Neem contact op met Heini Wanders
Of laat een bericht achter
- Functie
- Architect | Projectleider | Specialist duurzaamheid
- Contact
-
+31 6 27 04 45 44
h.wanders@kaw.nl


