Wat als je woningen zo ontwerpt dat bewoners nauwelijks nog energie verbruiken? Laura Klaassen, programmaleider duurzaamheid bij KAW, gaat in gesprek met Danny van Persie. Als projectmanager en Passiefhuis-gecertificeerd ontwerper weet hij precies hoe je dit voor elkaar krijgt. Het geheim? Begin niet bij de installaties en bouwfysische specificaties, maar bij de zon.
Danny, laten we bij het begin beginnen. We gaan het hebben over energieneutraal wonen. Wat betekent dat eigenlijk in jouw werk?
Dan begin ik ook echt bij het begin, omdat we sterk inzetten op het verminderen van CO₂-uitstoot door zowel CO₂-neutraal bouwen als energieneutraal wonen. In essentie gaat het erom dat we de totale uitstoot van een gebouw zo ver mogelijk terugbrengen. Niet alleen tijdens de bouw of door de materialen die we gebruiken, maar vooral tijdens de periode waarin mensen er daadwerkelijk wonen. Daar valt uiteindelijk de meeste winst te behalen. Vanuit dat oogpunt draait energieneutraal wonen erom dat bewoners aan het einde van de maand zo laag mogelijke energiekosten hebben, oftewel zo min mogelijk gebouwgebonden energie gebruiken. Want hoe minder energie er nodig is, hoe groter het voordeel. Zowel voor bewoners als voor het klimaat.
Dat langetermijndenken, dat klinkt als iets waar je persoonlijk ook achter staat.
Zeker. Ik wil gewoon dat we goed bouwen. Als we nu iets neerzetten dat over twintig jaar alweer opgeknapt moet worden, doen we het verkeerd. Door mijn bouwkundige achtergrond weet ik dat preventief bouwen beter is dan later repareren, dat kost namelijk meer dan het direct goed doen. Veel bestaande woningen zijn eigenlijk ziek en moeten we ooit opwaarderen. Nu hebben we de middelen om het meteen goed te doen, dus moet je dat doen.
Wij committeren ons aan 1,7°C-norm en helpen opdrachtgevers duurzame keuzes haalbaar te maken
Tijdens de Klimaattop Gebouwde Omgeving in Utrecht sluiten wij ons aan bij het branchebrede convenant ‘Het 1,7°C-budget is de nieuwe norm’. Daarmee verbinden wij ons aan de ambitie om zo te ontwerpen en te bouwen dat de opwarming van de aarde beperkt blijft tot maximaal 1,7 graad. Niet door te wachten op beleid, maar door verantwoordelijkheid te nemen in onze eigen projecten.
Hoe pak je dat aan?
Bij KAW volgen we vijf stappen, waarbij de volgorde het verschil maakt. Allereerst kijken we naar de locatie en werken we met de zon: hoe staat het gebouw ten opzichte van de zon en hoe maken we daar optimaal gebruik van? Daarna richten we ons op hoe compact het gebouw is. Want hoe optimaler de verhouding tussen de schil en het oppervlak, hoe lager de energiebehoefte. Elk hoekje en iedere uitbouw speelt hierin een rol. Vervolgens benutten we de zon als gratis warmtebron in de winter, waar we ‘m in de zomer juist op een passieve manier weren. Eenvoudige natuurwetten, die we voorheen negeerden. Daarna komt pas de bouwfysica aan bod. Denk aan isolatie, kozijnen, glasdiktes, luchtdichtheid en koudebruggen. Tot slot richten we ons op de installaties. En omdat we de voorgaande stappen zorgvuldig hebben doorlopen, volstaan uiteindelijk kleinere verwarmingsinstallaties. Daarbij kiezen we altijd voor warmteterugwinning (WTW) bij de ventilatie, zodat we zo min mogelijk energie verliezen én maximaal comfort bieden.
Dat klinkt logisch zoals je het uitlegt, maar dat ging vroeger dus niet zo. Wat is er veranderd?
Vroeger was dit het normale denkkader, maar met de opkomst van installaties gingen we ervan uit dat die alles konden oplossen. Daardoor richtten we ons vooral op de architectuur: vorm, hoogtes en de aansluiting op de omgeving. Natuurlijke elementen gebruikten we nauwelijks om de warmtelast te verlagen. We begonnen vaak bij wat wij nu als stap vier zien, dus extra isolatie toepassen of een installatie erin. Omdat je niet gebruikt wat er al is (lees: de zon), moet je compenseren met duurdere maatregelen en loop je dus achter de feiten aan.

Dat brengt me meteen bij een misverstand dat ik vaak hoor: ‘Energieneutraal ontwerpen is toch veel duurder?’
De eerste drie stappen zijn in feite gratis en horen bij het ontwerp. Doordat de natuur vanaf het begin een centrale rol speelt in het ontwerp, is later - afgezien van de luchtdichting en triple glas - nauwelijks compensatie nodig. Omdat hoge luchtdichting in de bouw nog onbekend terrein is, maken we details eenvoudiger zodat het makkelijker uitvoerbaar is. Voeren we de eerste vier stappen goed uit, dan kunnen de installaties kleiner en goedkoper en verschuift een deel van de kosten naar de bouwkundige schil. Slim toegepast kan dit zelfs kostenneutraal of voordeliger zijn.
Je werkt vooral voor en met corporaties. Dat lijkt me toch anders dan particuliere Passiefhuis-bouwers?
Absoluut. Als particulieren hiervoor kiezen, weten ze vaak waar ze aan beginnen, maar bij corporaties weet je niet wie er straks woont. Daarom ontwerp je zo robuust mogelijk: de woning moet goed functioneren, zelfs als bewoners er niet bewust mee bezig zijn. Ze moeten gewoon hun raam open kunnen zetten en lekker kunnen leven. We focussen dus vooral op de koeling van het gebouw, waar we zoeken naar de optimale balans tussen passieve maatregelen en installaties. Zo kun je bijvoorbeeld kiezen voor een zomernachtluik in de gevel, waarmee de woning ’s avonds en ’s nachts gekoeld kan worden zonder installaties, of voor een bypass in de WTW-installatie.
We focussen ons naast warmte winning ook op de koeling van het gebouw, waar we zoeken naar de optimale balans tussen passieve maatregelen en installaties.Danny van Persie
Passiefhuis-gecertificeerd ontwerper
In de Gestelse Buurt in Den Bosch hebben jullie Passiefhuis-woningen gerealiseerd waar nu al jaren mensen wonen. Hoe ervaren zij dat?
Over het algemeen zijn de reacties erg positief. Bewoners vertellen bijvoorbeeld dat het, met een constante binnentemperatuur van 20 tot 21 graden, comfortabel wonen is. Vooral de wintertuin is een hit: het glazen scherm rondom het balkon fungeert als natuurlijke warmtebuffer, waardoor je er zelfs midden in de winter in korte broek kunt zitten.
Zo’n constante binnentemperatuur vergt wel gewenning…
Dat klopt, binnen is het eigenlijk het hele jaar lente. Dit betekent dat een slaapkamer ook warmer is dan gebruikelijk. Dus dat is even wennen.
Ik hoorde dat jullie nu werken aan een grootschalige renovatie van 200 woningen in Bergen op Zoom. Hier is volgens mij ook wat bijzonders mee aan de hand?
Bijzonder is inderdaad het juiste woord. In dit renovatieproject hebben we namelijk twee scenario's doorgerekend: het standaardpakket, ofwel spouwvulling, dak- en vloerisolatie en mechanische ventilatie, en een warmteterugwin-installatie (WTW). De energielasten bleken bij de WTW zó veel lager, dat we het direct aan de corporatie voorlegden. Zij waren enthousiast en willen dit nu doorzetten. Dat is best bijzonder, want een WTW in bestaande bouw gebeurt nog weinig vanwege de hoge kosten en impact. Maar we hebben laten zien dat bewoners hiermee ruim een derde op hun energiekosten besparen. Plus: een warmtepomp met een lager vermogen volstaat in combinatie met WTW, wat de extra investering - ten opzichte van een warmtepomp met groot vermogen - voor de corporatie drukt. Dit samen gaf uiteindelijk de doorslag.
Dat is inderdaad een behoorlijk verschil. En ik kan me voorstellen dat dit soort cijfers de doorslaggevende factor zijn voor een corporatie. Maar hoe bereken je al die verschillende scenario's?
Dat doen we met de PHPP, de Passiefhuis-rekenmethodiek. Daarmee kun je tijdens het ontwerp precies berekenen hoe elke aanpassing het energieverbruik beïnvloedt - bijvoorbeeld een groter kozijn, een boom voor het raam, een gebouw ernaast, of een verandering in vorm of oriëntatie. Zo zoeken we welk ontwerp het meest efficiënt is voor die specifieke plek. En met cijfers overtuig je opdrachtgevers, en ook collega’s.
Jullie zitten dus aan het begin van een project al met een corporatie om de tafel.
Ja, we starten onze projecten altijd met een duurzaamheidsambitiesessie. Dan lopen we onze vier duurzaamheidspijlers door, waaronder energieneutraal wonen, en bespreken de vijf ontwerpstappen per pijler. Vervolgens leggen we samen doelen vast in een duurzaamheidskompas en checken tijdens elke fase of we nog op koers zitten.

En hoe bekijk je dit achteraf? Heb je inzicht in de echte resultaten of krijg je hier terugkoppeling op?
Bij de Gestelse Buurt zien we dat de berekende energielasten goed overeenkomen met wat bewoners ook echt betalen. Toch checken we dit lang niet bij elk project. Het zou slim zijn om systematisch te vragen: wat werkt goed, wat kan beter, en hoe ervaren bewoners hun energielasten? Daar kunnen we volgens mij heel veel van leren.
Je verdiept je intussen al vier jaar in deze manier van werken. Waar zit volgens jou de grootste winst?
Dat je gewoon goede, toekomstbestendige gebouwen neerzet. Zo simpel is het. Maar ook het besef dat we als bureau in elke ontwerpstap de energiebehoefte van een gebouw kunnen beïnvloeden. Van de stedenbouwkundige die een heel gebied ontwerpt tot de technisch tekenaar die een luchtdicht detail ontwerpt. Dat vind ik mooi. Maar het betekent ook dat je telkens op zoek moet naar die andere invalshoek. Want we weten inmiddels wel dat verandering écht nodig is.
Nog een laatste vraag om af te sluiten: wat betekent dit volgens jou voor de toekomst?
Energieneutraal wonen moet de nieuwe standaard worden. Intern moeten we elkaar blijven uitdagen en van elkaar leren, bijvoorbeeld via kennis-spreekuren met collega's. Extern betekent het samenwerken met adviseurs, aannemers en installateurs die dezelfde visie hebben. Die meedenken en -bewegen, in plaats van vasthouden aan het oude vertrouwde. Uiteindelijk moeten we gaan ontwerpen met de natuur. En dat is een hele uitdaging, maar wél noodzakelijk.
Energieneutraal wonen begint bij het ontwerp
Wij helpen gemeenten en corporaties om energieneutraal wonen vandaag al waar te maken. Met passiefhuisprincipes als basis, scherpe keuzes in ontwerp en onderbouwde berekeningen vanaf de start. Geen abstracte ambities, maar woningen die aantoonbaar weinig energie vragen en comfortabel zijn om in te leven. Bekijk hoe deze uitgangspunten zijn toegepast.
Wil je meer weten? Neem contact op met Danny van Persie
Of laat een bericht achter
- Contact
-
+31 6 55 00 50 12
d.v.persie@kaw.nl


