Weg met de ladder voor ongewenste verstedelijking!

Wordt de ladder voor duurzame verstedelijking te veel gebruikt als heilig principe zonder daarbij goed naar de context te kijken?

De heilige ladder

Let wel, dit is een pleidooi voor zorgvuldig ruimtegebruik, ook buiten grote steden. Ik ben Nederlander dus ik hou van orde. En we mogen trots zijn op ons keurig ingerichte land. De ladder voor duurzame verstedelijking helpt steden om levendiger en aantrekkelijker te worden, en het voorkomt onnodig volplempen van weilanden vol laagbouw. Deze ladder is goed voor overvolle verstedelijkte gebieden. Natuurlijk, ook in dorpen is een zorgvuldige ruimtelijke afweging van belang. Het valt mij echter op dat de ladder voor duurzame verstedelijking – ongeacht de context – nogal dogmatisch, als een heilig principe wordt ingezet.

Haal het dorp niet uit het dorp

Veel dorpscentra zijn de afgelopen jaren sluipend verdicht, en verworden tot net-niet-steden. Discussies over twee of hooguit drie bouwlagen en het bebouwen van veldje lijken vanuit stedelijk oogpunt misschien kneuterig maar zijn op dorpse schaal beslist relevant. Uit gesprekken met dorpsbewoners wordt mij vaak duidelijk dat zij dezer vorm van ‘verstedelijking’ niet wensen. Door de ladder klakkeloos overal toe te passen, nemen we het risico het dorp uit het dorp te halen.

Het weilandje in het dorp is soms meer waard dan het weilandje naast het dorp

De ladder voorkomt ook zoveel mogelijk dat agrarisch gebied rondom dorpen wordt gebruikt voor uitbreiding. Niet in alle dorpen is dit de meest zorgvuldige ruimtelijke afweging. Soms is het weilandje in het dorp de mensen meer waard dan het stukje agrarisch land aan de rand van het dorp.

Ladder + rekenmachine jaagt jonge mensen het dorp uit

De combinatie van een rekenmachine en de ladder voor duurzame verstedelijking leidt in veel dorpen bovendien tot onnodig vertrek van jonge mensen. Demografisch gezien is er vaak nog een beperkte behoefte aan meer woningen, is er alleen nog groei onder 65-plussers en we kunnen er op vertrouwen dat er op lange termijn overschotten ontstaan aan gezinswoningen. Het gebruikelijke recept is dat nabij het centrum seniorenappartementen worden gepland. Het gevolg is dat plannen voor uitbreidingslocaties met gezinswoningen als eerste sneuvelen op het moment dat de rekenmachine aantoont dat er een overschot aan locaties is. De realiteit is dat ouderen de stap naar een appartement zelden echt zetten. Het product waar startende gezinnen naar zoeken – een ruime, moderne gezinswoning – dwingt dan tot verhuizen naar een dorp of stad waar wél een uitbreidingslocatie is. Trouwens, ook binnen de groep ouderen zijn er steeds meer die als voorlaatste stap zelf of samen een comfortabele, grondgebonden woning willen bouwen.

Ladder voor duurzame verdorpsing

De ladder voor duurzame verstedelijking is in mei 2017 herzien en vereenvoudigd. Het afschaffen van de regionale markttoets is een goede stap: in dorpen is de markt vaak heel lokaal en is verhuizen naar een ander dorp in de regio slechts een noodgedwongen alternatief. Maar nog steeds is het een stedelijke ladder en de focus blijft: verdichten boven verdunnen. Zullen we deze ladder irrelevant verklaren daar waar mensen de ruimte in het dorp koesteren, en een echte ruimtelijke afweging maken? Oftewel: goed nadenken waar de woonbehoefte naar uitgaat, hoeveel van welke ruimte zich daar het beste voor leent en hoe je de bestemming wonen en andere ruimte met elkaar kunt laten samenwerken.

Blog 61

Dan ook stoppen met mini-Vinexen

In de niet-verstedelijkte regio’s in Nederland is er ruimte in overvloed en de grond is relatief goedkoop. Als er dan toch wordt uitgebreid ontstaan er een soort mini-Vinexlocaties zonder relatie met het landschap. Om tegelijk het weiland ernaast – vaak mono-cultureel ontoegankelijk agrarisch landschap – heilig te verklaren. In stedelijk gebied zijn er pogingen om het landschap naar de woonwijken te brengen: een sympathieke stedelijke poging zijn de Zuidlanden bij Leeuwarden. Zeker op de kleine schaal van een dorp moet het mogelijk zijn om wonen naar het landschap brengen, zo ruim, dat het landschap de overhand houdt. Uiteraard, de natuur wordt er nooit beter van als je er in bouwt. Maar daar waar je het dorp groen houdt en de dorpsranden landschappelijk maakt is er per saldo winst mogelijk, voor dorp én landschap.

Gezocht: goede voorbeelden

Zijn er goede voorbeelden, waar dorp en landschap elkaar versterken? Wat zijn de ingrediënten waardoor dat wél kan? Zelf kon ik er maar enkele vinden, maar er moeten er meer zijn. En wie helpt mee om de ladder voor duurzame verdorpsing te maken? Wat moet daar absoluut in staan?

Lievingerveld in Beilen. Hier wordt een poging gedaan tot woekeren met de ruimte, waarbij landschap en wonen samen werken in plaats van strikt gescheiden worden.

Knooperven: omgekeerd een interessant concept. Daar is meer ruimte voor herontwikkeling van vrijkomende agrarische erven, waarbij bewoners zorg dragen voor het omringende landschap. Dit is weliswaar geen dorpsontwikkeling, maar op nog kleinere schaal een ontspannen omgang met het landschap en wonen.

Over deze blog

Daniel Depenbrock is naast adviseur ook ervaren onderzoeker. Daniel houdt van tempo en wordt graag zo concreet mogelijk. Tijdens overlegmomenten laat hij pas los als alles voor iedereen duidelijk is wat de vervolgstappen zijn. Zijn motto ‘domme vragen bestaan niet’ helpt daar bij.

Daniël Depenbrock advieseur woningmarktonderzoek & woonbeleid KAW

Door Daniel Depenbrock

Geplaatst op 6 april 2018

Deel blog